Het artikel is toegevoegd aan je winkelwagen
Lees ook onze andere blogposts:
Het artikel is toegevoegd aan je winkelwagen
Waarom vliegt een bij met oranje bolletjes aan haar poten? Wat doet ze ermee? En waarom zijn die kleine korrels een van de meest voedzame stoffen op aarde? Lees het hier
Er zijn weinig beelden zo vertrouwd en tegelijk zo mysterieus als een bij met stuifmeel aan haar poten. Die kleurrijke, bolvormige lading , goudgeel, oranje, paars of zelfs vuurrood trekt de aandacht van iedereen die wel eens in een bloemrijke tuin heeft gestaan. Elke kleur vertelt een verhaal: van welke bloem ze gevlogen heeft, welk seizoen het is, hoe het de volksgezondheid gesteld is.
In dit artikel neem ik je mee in de wereld van bijenstuifmeel. Van de manier waarop een bij dat goudkleurige poeder verzamelt, via de wonderlijke route door de korf, tot wat er uiteindelijk van overblijft: de stuifmeelkorrels die wij mensen zelf ook kunnen eten. Want de cirkel is kleiner dan je denkt.
Illustratie: een honingbij verzamelt stuifmeel. De goudgele ballen op haar achterpoten zijn de gevulde corbiculae.
Stuifmeel, ook wel pollen genoemd, is het mannelijk voortplantingsmateriaal van bloeiende planten. Microscopisch kleine korreltjes, elk omhuld door een beschermende wand van sporopollenine, een van de meest duurzame organische materialen die de natuur kent. Die wand is zo robuust dat stuifmeelkorrels duizenden jaren bewaard kunnen blijven, wat ze onmisbaar maakt voor palynologen die het verleden in veenlagen lezen.[1]
Voor bijen is stuifmeel het allerbelangrijkste voedsel: het is hun eiwitbron. Honing levert koolhydraten, dus energie, maar stuifmeel levert aminozuren, vetten, vitaminen, mineralen en enzymen. Zonder stuifmeel kunnen larven zich niet ontwikkelen en kunnen jonge bijen, de zogenoemde voedsterbijen, de klierensecreties niet aanmaken waarmee ze larven en koninginnen voeden. Een volk zonder stuifmeelaanvoer is een volk zonder toekomst.
Stuifmeel bestaat voor gemiddeld 20 tot 30% uit eiwitten, afhankelijk van de plantensoort.[2] Verder bevat het vetten (waaronder essentiële omega-vetzuren), alle bekende vitaminen (A, B-complex, C, D, E en K), enzymen, flavonoïden en fytosterolen. De samenstelling verschilt enorm per bloemsoort. Dat is iets wat imkers al eeuwen weten, maar wat wetenschappers pas de laatste decennia goed in kaart brengen.
Een bij met stuifmeel aan poten is een verzamelbij in volle actie, en het is een kunststukje van biologische precisie. Als de bij een bloem bezoekt landt ze op de meeldraden en begint ze te "trillen": een snelle vibratie van haar vliegspieren die het stuifmeel losschudt. Dit heet buzz pollination of sonoratiebestuiving, en niet iedere bij beheerst het.[3] Hommels zijn er meesters in, maar ook honingbijen gebruiken het bij bepaalde bloemen zoals tomaten.
Het stuifmeel belandt op het dichte haar van de bij, dat geëlektrificeerd is door haar vlucht. Letterlijk! Bijen bouwen tijdens het vliegen een positieve elektrostatische lading op, en bloemen zijn negatief geladen. Stuifmeel springt als het ware naar de bij toe. Die statische hechting is niet toevallig, maar is coëvolutie van miljoenen jaren.[4]
Met haar poten begint de bij het stuifmeel bijeen te vegen. De voorpoten reinigen de ogen en het hoofd, de middenpoten verzamelen van de borststuk, en de achterpoten doen het meeste werk. Op de achterpoten zitten de fameuze korfjes, corbiculae, een uitholling omgeven door stijve haren. Met vochtige mondpartijen, soms gemengd met een beetje nectar of speeksel, bindt ze de korrels samen tot die compacte balletjes die we zo goed kennen als stuifmeel aan pootjes bij.
Als een bij met stuifmeel terugkeert in de korf, duikt ze een lege cel in en stampt ze de lading van haar korfjes met haar kop de cel in. Dat is letterlijk wat er gebeurt: ze perst de natte stuifmeelpellet naar binnen. Daarna komt een andere bij, en nog een, totdat de cel voor driekwart gevuld is. Dan gaat er een laagje honing bovenop.
Wat dan volgt is misschien wel het meest ondergewaardeerde fenomeen uit de bijenbiologie: fermentatie. De combinatie van stuifmeel, honing, enzymen en de micro-organismen die al op het stuifmeel zitten, zorgt voor een melkzuurgisting. Na enkele dagen is het stuifmeel veranderd in wat imkers perga noemen: bijenbrood. De eiwitten zijn gedeeltelijk afgebroken tot aminozuren, wat de verteerbaarheid enorm verhoogt. Bijenbrood is biologisch beschikbaarder dan vers stuifmeel, de bijen hebben het voor ons al voorbereid.[5]
Doorsnede van de honingraat: honing, vers stuifmeel, bijenbrood (perga) en broed leven naast elkaar in perfecte orde.
Niet alle bijen in het volk eten hetzelfde. Jonge larven (1 tot 2 dagen oud) krijgen uitsluitend koninginnengelei. Oudere larven eten een mengsel van honing en stuifmeel. Maar het zijn de voedsterbijen, jonge bijen van 5 tot 15 dagen oud, die het stuifmeel intensief verwerken in hun hypopharynxklieren en borstkaasklieren. Zonder deze spijsvertering is er geen koninginnengelei, geen broed, geen volk.
En dan is er de koningin. Die eet haar hele leven uitsluitend koninginnengelei. Het verschil tussen een werkster en een koningin zit niet in de genen, maar in wat ze gegeten heeft als larve. Hoe wonderlijk is dat? Hetzelfde ei, en toch twee totaal verschillende dieren, puur door voedselkeuze.[6]
We kunnen niet spreken over bijenstuifmeel verzamelen zonder even stil te staan bij het grotere plaatje: bestuiving. Bijen zijn geen dienstverleners, ze zoeken gewoon voedsel. Maar als bijproduct bewerkstelligen ze één van de meest essentiële processen in het ecosysteem: de overdracht van stuifmeel van bloem tot bloem.
Wanneer een bij een bloem bezoekt, kleeft er onvermijdelijk stuifmeel aan haar haren dat niet in het korfje terechtkomt. Dat "verloren" stuifmeel belandt op de stamper van de volgende bloem. Bestuiving met stuifmeel aan de pootjes van een bij is eigenlijk een gelukkig ongelukje, de plant wil het stuifmeel kwijt, de bij wil het houden, en in het midden van dat conflict ontstaat vrucht. Appels, peren, aardbeien, courgettes, amandelen, koffie , een derde van alles wat wij eten bestaat dankzij deze toevallige samenwerking.[7]
Dit evenwicht is echt broos. Een volk dat slecht stuifmeel kan verzamelen door ziekte, pesticidenblootstelling of een verschraalde omgeving, bestuift ook minder goed. De gevolgen reiken ver buiten de korf.
Om samen te vatten: wat doen bijen met stuifmeel precies? Alles. Ze verzamelen het als eiwitbron, verwerken het tot bijenbrood, voeden er hun larven mee, bouwen er hun eigen lichaam van op en , als gelukkig neveneffect , bestuiven ze er een derde van onze voedselproductie mee. Stuifmeel is niet één ding in het leven van een bij. Het is de draad die door het hele weefsel van het bijenbestaan loopt.
En dat weefsel is kwetsbaar. Stuifmeelarmoede door monoculturen, pesticiden die het stuifmeel vergiftigen, parasiet Varroa destructor die bijen verzwakt precies op het moment dat ze stuifmeel nodig hebben, al deze bedreigingen raken het volk in zijn kern. Als imker is het bewaken van de stuifmeelaanvoer dan ook een kernverantwoordelijkheden.
En hier wordt het verhaal extra fascinerend, want de weg van stuifmeel stopt niet bij de korf. Al duizenden jaren eten mensen stuifmeel. Hippocrates noemde het. Chinese keizers gaven het aan hun lijfartsen. En in moderne wetenschappelijke studies wordt het belang van de bioactieve verbindingen in bijenstuifmeel steeds beter onderbouwd.
Stuifmeelkorrels van bijen zijn in feite gecondenseerde natuur: de bij heeft voor ons het werk gedaan van verzamelen, bevochtigen en comprimeren. In die compacte korrel zit een rijkdom aan voedingsstoffen die je in nauwelijks een ander product samengepakt aantreft.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat bijenstuifmeel meer dan 200 biologisch actieve stoffen bevat[8]: flavonoïden (antioxidanten), fenolzuren, carotenoïden, fytosterolen en een volledig spectrum aan aminozuren , inclusief alle essentiële. Het is een van de weinige plantaardige bronnen met een volledig aminozuurprofiel.
Interessant: de bioactiviteit varieert sterk per botanische oorsprong. Stuifmeel van kastanje verschilt van dat van phacelia of koolzaad. Diversiteit is hierin kracht , precies zoals in de korf.
De rijke kleurenvariatie van bijenstuifmeel is een directe afspiegeling van de biodiversiteit in de omgeving van de korf.
Stuifmeelkorrels hebben een zachte, bloemige, licht zoete smaak met soms een subtiele bitterheid. Ze zijn veelzijdig: door yoghurt, over granola, in een smoothie, over havermout of gewoon zo als snack. Een theelepel per dag is de meest gangbare dosering die wordt geadviseerd.
Onze stuifmeelkorrels worden in Spanje geoogst en kenmerken zich door hun natuurlijke variatie in kleur en samenstelling.
De kleur van onze korrels varieert per seizoen en per batch. Dat is geen gebrek, dat is echtheid. Elke kleur is een bloem, elke bloem is een verhaal.

De blog eindigt, waarmee het begint: bij de bij zelf. Wanneer je op een zomerse ochtend voor de kast sta en de bij ziet binnenkomen , beladen, haastig, doelgericht , met die bontgekleurde bolletjes aan hun poten, dan voel je iets wat je alleen maar als eerbied kan omschrijven. Dit kleine wezen, dat amper 0,1 gram weegt, heeft in de afgelopen uren tientallen bloemen bezocht, honderden kilometers gevlogen in haar leven, en draagt in haar korfjes een last die voor haar verhoudingsgewijs vergelijkbaar is met wat een mens zou dragen als hij zijn eigen gewicht op zijn schouders torst.
Ze weet niet dat ze de natuur bestuift. Ze weet niet dat wij haar stuifmeel eten. Ze weet alleen dat de korf leeft, dat er larven gevoed moeten worden, en dat er werk te doen is. In die eenvoud zit iets diep ontroerends.
Stuifmeel bijen is geen abstracte categorie. Het is een werkwoord. Het is wat bijen doen, dag na dag, van de eerste krokus tot de laatste klimop van het seizoen. En elke keer dat je een korrel bijenstuifmeel eet, eet je een beetje van die arbeid, die precisie, die schoonheid.
Het Bijenhuis deelt niet alleen producten van de bij, maar ook de kennis en het verhaal erachter.
Vragen over stuifmeel, imkeren of onze producten? We horen het graag.